Beëindiging van een agentuurovereenkomst: het venijn zit in de staart!

Beëindiging van een agentuurovereenkomst: het venijn zit in de staart!

19 jan 2022 Ondernemingsrecht Erik van Loon

De agentuurovereenkomst is één van de samenwerkingsvormen die ik in een eerder blog heb aangestipt. Maar wat bedoelen we nu precies met een agentuurovereenkomst? En zijn er belangrijke zaken waar je rekening mee moet houden als je zo’n overeenkomst aangaat? Welnu, dat is zeker het geval. Zo is er bijvoorbeeld de klantenvergoeding, die een principaal (de opdrachtgever) aan het einde van de agentuurovereenkomst in beginsel verschuldigd is aan de agent (de opdrachtnemer). Daar ga ik in dit blog nader op in.

De agentuurovereenkomst in de zin van de wet

De agentuurovereenkomst is geregeld in artikel 7:428 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (“BW”). Om een overeenkomst te kunnen kwalificeren als agentuurovereenkomst is het volgende vereist:

  1. De agent bemiddelt voor een bepaalde of onbepaalde tijd bij de totstandkoming van overeenkomsten voor de principaal;
  2. De agent doet dat tegen beloning;
  3. De agent is niet ondergeschikt aan de principaal.

Ik licht dit graag nader toe aan de hand van een voorbeeld. Een branche waarin agentuur veel voorkomt is de modebranche. Een kledingproducent probeert ieder seizoen zijn collecties te verkopen via zoveel mogelijk winkels. Zou je een team van verkopers in dienst moeten hebben om alle daarvoor in aanmerking komende winkels te kunnen bezoeken, dan is dat – waarschijnlijk – niet te betalen. Tenminste, niet als je die verkopers in loondienst hebt. Voor de verkoop van kledingcollecties worden daarom veelal handelsagenten ingezet. Zo’n handelsagent is een zelfstandig ondernemer en hij staat dus niet op de loonlijst van je bedrijf. Hij is niet ondergeschikt aan de kledingproducent, wat wil zeggen dat hij zelf bepaalt hoe hij zijn werkzaamheden invult en uitvoert. De handelsagent gaat met een sample collectie op pad en bezoekt partijen aan wie hij graag wil verkopen. Slaagt hij erin een verkoop te realiseren, dan betekent dat een order voor de kledingproducent; de handelsagent bemiddelt slechts. De handelsagent heeft dan recht op een beloning, doorgaans in de vorm van een tevoren bepaald percentage van de totale order.

De modebranche is niet de enige branche waarin agentuur voorkomt. Het instrument agentuur is zowel bij de verkoop van producten als diensten inzetbaar.

Wettelijke regels voor agentuur

De wettelijke regeling voor de agentuurovereenkomst is gebaseerd op een Europese richtlijn. Met deze richtlijn werd beoogd om de wetgeving ten aanzien van agentuurovereenkomsten te harmoniseren. Dat wil overigens niet zeggen dat overal in Europa dezelfde regels gelden voor handelsagenten. Lidstaten van de Europese Unie hebben de richtlijn zelf moeten omzetten in lokale wetgeving, en dat hebben niet alle lidstaten op exact dezelfde manier gedaan. De richtlijn beoogt wel een hoog niveau van bescherming te bieden. De handelsagent wordt in relatie tot de doorgaans grotere principaal als de zwakkere partij beschouwd. Het Europese Hof van Justitie heeft in 2000 bevestigd dat de hoge mate van bescherming ook van toepassing is als de principaal niet in Europa is gevestigd. En zelfs als in de agentuurovereenkomst – zoals in het geval van het arrest – Amerikaans recht van toepassing is verklaard.

In de wettelijke regeling komen onder andere aan bod het recht van de agent op provisie, het vereiste om bepaalde afspraken schriftelijk te maken en de beëindiging van de overeenkomst. Van die bepalingen springt wellicht het meest in het oog de bepaling dat de handelsagent bij het einde van de agentuurovereenkomst onder voorwaarden recht heeft op een vergoeding: de klantenvergoeding.

Ik wil meer weten over ondernemingsrecht

Klantenvergoeding

De handelsagent heeft recht op de klantenvergoeding voor zover hij:

  1. de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of de overeenkomsten met bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid en de overeenkomsten met die klanten de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren; en
  2. de betaling van die vergoeding redelijk is, gelet op alle omstandigheden, in het bijzonder op de verloren provisie uit de overeenkomsten met die klanten.

Het is belangrijk om te beseffen dat deze klantenvergoeding aardig in de papieren kan lopen: de klantenvergoeding kan oplopen tot de beloning van één jaar berekend naar het gemiddelde van de laatste 5 jaren of, als de overeenkomst geen 5 jaren heeft geduurd, naar het gemiddelde van de gehele duur daarvan. Ontving de handelsagent gemiddeld genomen € 100.000 per jaar aan provisie, dan zal de klantenvergoeding kunnen oplopen tot dat bedrag van € 100.000,-.

De berekening van de klantvergoeding vindt plaats in 3 fasen. In de eerste fase moet bepaald worden wat de voordelen zijn die transacties met door de handelsagent aangebrachte klanten voor de principaal opleveren. In de tweede fase moet beoordeeld worden of er reden is om het in fase 1 vastgestelde bedrag aan te passen met het oog op de billijkheid, gelet op alle omstandigheden van het geval en met name op de door de handelsagent gederfde provisie. Let wel: dit kan leiden tot een verlaging van het bedrag van de klantenvergoeding, maar ook tot een verhoging. In de derde fase wordt getoetst of het bedrag dat volgt uit fase 1 en fase 2 het maximumbedrag (zie voorgaande alinea) niet te boven gaat.

De agent dient zich wel met gezwinde spoed na het einde van de overeenkomst te melden bij de principaal als hij aanspraak wil maken op de klantenvergoeding. Het recht op die vergoeding vervalt namelijk als de handelsagent de principaal niet uiterlijk een jaar na het einde van de overeenkomst heeft medegedeeld dat hij vergoeding verlangt.

"Het is belangrijk om te beseffen dat een klantenvergoeding, bij het beëindigen van de agentuurovereenkomst, aardig in de papieren kan lopen"

Niet altijd recht op een klantenvergoeding

De klantenvergoeding is niet in alle gevallen verschuldigd. De handelsagent heeft geen recht op de klantenvergoeding als de overeenkomst is beëindigd door de principaal onder omstandigheden die de handelsagent schadeplichtig maken, bijvoorbeeld omdat sprake is van een dringende reden voor de beëindiging. Dringende redenen zijn omstandigheden van zodanige aard dat van de partij die de overeenkomst beëindigt redelijkerwijs niet gevergd kan worden de overeenkomst zelfs tijdelijk in stand te laten. De handelsagent heeft ook geen recht op de klantenvergoeding als hij de agentuurovereenkomst zelf beëindigt, tenzij die beëindiging wordt gerechtvaardigd door omstandigheden die de principaal kunnen worden toegerekend of als de leeftijd van de handelsagent, zijn invaliditeit of ziekte de beëindiging rechtvaardigen. Tenslotte kan de handelsagent ook geen aanspraak maken op de klantenvergoeding als hij, op grond van een afspraak met de principaal, zijn rechten en verplichtingen uit hoofde van de agentuurovereenkomst overdraagt aan een derde. In dat laatste geval kun je veronderstellen dat de handelsagent de klantenvergoeding zal verdisconteren in een goodwill betaling door de overnemende derde. Zou de principaal dan ook nog de klantenvergoeding moeten voldoen, is sprake van dubbele betaling aan de handelsagent.

Niet zelden word ik door ondernemers gevraagd om te adviseren over de beëindiging van een agentuurovereenkomst. De mogelijke verschuldigdheid van de klantenvergoeding is dan regelmatig een vervelende tegenvaller. Tegelijkertijd spreek ik handelsagenten die zich niet altijd bewust zijn van hun aanspraak op een klantenvergoeding bij beëindiging van de agentuurovereenkomst.

Afspraken maken die ertoe strekken om de klantenvergoeding al tijdens de samenwerking te beperken of uit te sluiten zijn gedoemd te mislukken. Dat soort afspraken zijn, wanneer die afspraken vóór het einde van de overeenkomst zijn gemaakt, nietig. De rechter zal daar geen oog op slaan. Staat er zo’n bepaling in je agentuurovereenkomst, dan kun je je daar als principaal dus niet achter verschuilen. Ben je handelsagent en tref je zo’n bepaling aan in de agentuurovereenkomst, dan hoef je je daar dus niet door te laten weerhouden om alsnog aanspraak te maken op de klantenvergoeding.

Afronding en advies

Of je nu als principaal of handelsagent betrokken bent of raakt bij een agentuurovereenkomst, weet dan dat op grond van de wet schriftelijke vastlegging van die overeenkomst de voorkeur verdient. Niet alleen omdat de andere partij op elk moment schriftelijke vastlegging kan verlangen, maar ook omdat sommige afspraken alleen geldig zijn als ze schriftelijk zijn gemaakt. Bovendien is het niet onbelangrijk om als principaal gedurende de samenwerking al rekening te houden met de mogelijke verschuldigdheid van de klantenvergoeding aan het einde van de samenwerking door daar een gepast bedrag voor te reserveren. Gezien de mogelijke omvang van de klantenvergoeding is het hoe dan ook onhandig om je daardoor te laten verrassen.

Ben je betrokken bij een agentuurovereenkomst, als principaal of handelsagent, en wil je meer te weten komen over de rechten en plichten die daarbij horen, neem dan gerust contact met mij op.

Ik ga contact opnemen

Over de blogger
Erik van Loon

Binnen het ondernemingsrecht heeft Erik twee duidelijke specialisaties: het faillissementsrecht en het rechtspersonen- & vennootschapsrecht. Het zijn voornamelijk ondernemers die vertrouwen op deze specialistische kennis van Erik.

Meer artikelen van Erik van Loon
Erik van Loon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *