De invloed van social media bij vermoeden van fraude in letselschadezaken

De invloed van social media bij vermoeden van fraude in letselschadezaken

10 feb 2015 Letselschaderecht Daniëlle van Gastel

Social media zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijkse leven. Vrijwel iedereen heeft tegenwoordig een account op een of meerdere sociale netwerken. Over de invloed van Facebook op ons sociale leven wordt regelmatig gediscussieerd. Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen, dat tegenwoordig iedereen op een verjaardag of op het terras met zijn mobiele telefoon bezig is. Even een foto maken voor op Facebook of op Facebook posten wat je aan het doen bent. Dat hoort er gewoon bij, toch?

Verzekeraar checkt Facebookpagina slachtoffer

Dat Facebook ook van invloed kan zijn op de verhouding tussen een verzekeraar en een slachtoffer in een letselschadezaak, blijkt wel uit de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 26 november 2014. Een 28-jarige vrouw is betrokken geraakt bij een verkeersongeval. De aansprakelijkheid is erkend door de verzekeringsmaatschappij van de veroorzaker van het ongeval. Het slachtoffer stelt als gevolg van het ongeval hoofdpijn- en migraineklachten te hebben. Zij kan beroepsmatig, bij de verzorging van de kinderen en op sociaal vlak slechts matig functioneren. Activiteiten blijven problematisch en zijn zeer beperkt van aard, aldus het slachtoffer. Naar aanleiding van een bespreking is er bij de verzekeraar twijfel ontstaan over de juistheid van de mededelingen van het slachtoffer. De verzekeraar verrichte vervolgens een zogenoemd ‘deskresearch’. Onderzoek in de eigen systemen van de verzekeraar wees uit dat het slachtoffer actief was als dierenarts (zij had een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten). Het onderzoek op internet, waarbij onder meer de Facebookpagina van het slachtoffer is geraadpleegd, wees uit dat zij paard rijdt, deelneemt aan dressuurwedstrijden, bijscholing volgt en een actief gezins- en sociaal leven leidt.

Persoonlijk onderzoek

Aangezien de verzekeraar vermoedde dat er sprake was van fraude, is er in aanvulling op het ‘deskresearch’ een persoonlijk onderzoek verricht. Het instellen van een dergelijk onderzoek is niet zonder meer geoorloofd (zie mijn eerdere blog: ‘Wees eerlijk over je schade, Big Brother is watching you!’). De rechtbank oordeelde dat het de verzekeraar vrij stond om een feitenonderzoek in te stellen, aangezien er twijfel was ontstaan over het waarheidsgehalte van de uitlatingen van het slachtoffer. Toen deze gegevens het wantrouwen voedden, mocht de verzekeraar het onderzoek uitbreiden tot internet. Dat toen ook de Facebookpagina van het slachtoffer is geraadpleegd, kan niet aan de verzekeraar worden tegengeworpen. De gegevens en foto’s op dat medium werden immers door het slachtoffer welbewust aan de openbaarheid prijsgegeven. Gelet op voornoemde omstandigheden was het geoorloofd om een persoonlijk onderzoek in te stellen, zo oordeelde de rechtbank. Het verzoek van het slachtoffer, om het bewijs dat met het persoonlijk onderzoek is verkregen buiten beschouwing te laten, is afgewezen. Dit zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de schadevergoeding die zij ontvangt.

Wees alert met wat je op internet zet!

Het slachtoffer uit bovengenoemde zaak zal volgende keer wel twee keer nadenken, voordat ze haar Facebookpagina vult met foto’s en berichten over haar (sociale) activiteiten. Slachtoffers zijn zich er vaak niet van bewust dat ook verzekeraars social media raadplegen. Dit kan betekenen dat de letselschadezaak een hele andere wending krijgt, zoals we in het voorbeeld hierboven hebben gezien.

Over de blogger
Danielle van Gastel

Daniëlle werkt sinds 2012 bij Asselbergs & Klinkhamer. Daarvoor werkte zij als jurist bij de rechtbank.

Meer artikelen van Danielle van Gastel
Danielle van gastel

Eén reactie op “De invloed van social media bij vermoeden van fraude in letselschadezaken”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *