Slapend dienstverband: wat staat u te doen? - Asselbergs & Klinkhamer advocaten

Asselbergs & Klinkhamer
gaat zorgvuldig met uw privacy om.

Onze website maakt gebruik van cookies. Deze cookies zijn er om de website goed te laten functioneren en om statistieken te verzamelen aan de hand waarvan de website kan worden verbeterd.

Op 8 november 2019 deed de Hoge Raad een belangrijke uitspraak over het slapend dienstverband. Hoewel deze uitspraak bedoeld was om duidelijkheid te scheppen, heerst er in de praktijk op dit moment best nog wat verwarring. Tijd dus voor een interview met een van onze arbeidsrechtspecialisten, Frans van Meer.

De uitspraak van de Hoge Raad

“In de uitspraak van 8 november jongstleden geeft de Hoge Raad kort gezegd aan dat het in stand houden van een slapend dienstverband in strijd is met goed werkgeverschap. Als is voldaan aan de wettelijke vereisten om afscheid te nemen van een werknemer in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid, dan is de werkgever volgens de Hoge Raad verplicht om in te stemmen met een beëindigingsvoorstel van de werknemer. De werkgever is dan ook de wettelijke transitievergoeding verschuldigd. Die vergoeding mag berekend worden tot op de dag ná de dag waarop de werkgever wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer de arbeidsovereenkomst had mogen beëindigen. De werkgever hoeft dus geen transitievergoeding te betalen over de periode dat het dienstverband slapend is voortgezet.”

Uitzondering op de regel

De Hoge Raad heeft op deze regel nog wel een uitzondering geformuleerd. Als de werkgever nog een redelijk belang heeft bij voortduring van de overeenkomst is hij niet verplicht om mee te werken aan het ontslag. Dat is bijvoorbeeld het geval als de werknemer nog reële re-integratiemogelijkheden heeft. Het naderen van de pensioengerechtigde leeftijd van een werknemer geldt overigens niet als een redelijk belang.

Frans: “Mijn collega Jeroen van Kollenburg schreef eerder al een blog over deze uitspraak. Daarin sprak hij de verwachting uit dat werknemers met slapende dienstverbanden massaal bij hun werkgevers zouden aankloppen met die dienstverbanden te beëindigen. We kunnen inmiddels wel zeggen dat die verwachting is uitgekomen.”

Verwarring

“Bij werkgevers zien we op dit moment flink wat verwarring over wat zij met deze verzoeken moeten doen. Dat komt omdat de Wet Arbeidsmarkt in Balans er op 1 januari 2020 ook aankomt.” Op grond van deze wet wordt de hoogte van de transitievergoeding anders berekend. Frans: ”In veel gevallen zal de transitievergoeding voor dezelfde werknemer in 2020 een stuk lager uitvallen dan in 2019. Bij oudere werknemers die lang in dienst zijn kan dit soms wel de helft schelen. We merken dus dat veel werkgevers liever nog even tot 2020 willen wachten met het beëindigen van slapende dienstverbanden. Wij raden dat echter af.”

Wet compensatie transitievergoeding

Op 1 april 2020 treedt namelijk ook de compensatieregeling voor de transitievergoeding in werking. Op grond van deze regeling kunnen werkgevers compensatie aanvragen voor de transitievergoeding die zij aan langdurig zieke werknemers hebben betaald.

Frans: “Stel nu dat een werkgever tot na 1 januari 2020 wacht met het sluiten van een vaststellingsovereenkomst, en dan dus het lagere bedrag aan transitievergoeding betaalt. Dan kan hij vanaf 1 april voor dit lagere bedrag compensatie aanvragen bij het UWV. Wij sluiten echter niet uit dat de werknemer, als deze besluit naar de rechter te stappen, alsnog het verschil tussen de ‘2019 vergoeding’ en de ‘2020 vergoeding’ krijgt toegewezen door de rechter. Dit omdat het dienstverband op grond van goed werkgeverschap al vóór 1 januari 2020 beëindigd had moeten worden en de werknemer in dat geval recht had op het hogere bedrag. Wij hebben steeds aangegeven dat de kans groot zou zijn dat de werkgever voor dit extra bedrag geen compensatie kan aanvragen bij het UWV. En hij dan dus met een flinke schadepost zou kunnen achterblijven.”

Regels van 2019 gelden soms dus ook nog in 2020

Op vrijdag 13 december 2019 heeft Minister Koolmees in een brief aan de Kamer hier opheldering over gegeven. In die brief geeft Minister Koolmees namelijk aan dat een beëindigingsovereenkomst die is gesloten in 2019 met een einddatum in 2020 conform de spelregels van 2019 wordt afgewikkeld.

Daarnaast geeft hij aan dat het overgangsrecht voor compensatie niet wordt aangepast.
Vanaf 2020 wordt de transitievergoeding gecompenseerd aan de hand van de nieuwe spelregels, ook als het einde van de 104-weken-wachttijd voor 2020 is gelegen en de oude (hoge) transitievergoeding verschuldigd is. Volgens de minister zijn werkgevers voldoende geïnformeerd en gewaarschuwd om slapende dienstverbanden te beëindigen.

Wat staat werkgevers die werknemers met een slapend dienstverband in dienst hebben dan te doen?

Frans: “Zo aan het einde van dit jaar begint de tijd voor werkgevers wel erg te dringen, maar gelukkig kwam de brief van Minister Koolmees nog enigszins op tijd. Wij raden werkgevers die werknemers met een slapend dienstverband in dienst hebben aan om zich zo snel mogelijk te laten adviseren. Zij moeten namelijk proberen om nog in 2019 met die werknemers tot overeenstemming te komen en nog deze maand een vaststellingsovereenkomst te sluiten. Volgens Minister Koolmees hebben zij dan recht op compensatie van de volledige transitievergoeding door het UWV. Is het te betalen bedrag aan transitievergoeding voor een werkgever te groot om voor te financieren? Dan biedt de uitspraak van de Hoge Raad ook de mogelijkheid om in termijnen te betalen. Ook kan er worden gekozen om de vergoeding pas op 1 april 2020 uit te betalen. Op het moment dat de transitievergoeding volledig is betaald, kan de werkgever compensatie bij het UWV aanvragen. Het UWV heeft zichzelf ten doel gesteld om zo’n verzoek binnen zes maanden af te handelen. Maar let op, het verzoek om compensatie van de transitievergoeding moet worden gedaan vóór 1 oktober 2020.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.