Knip in omgevingsvergunning bouw gaat door - AK Advocaten

Asselbergs & Klinkhamer
gaat zorgvuldig met uw privacy om.

Onze website maakt gebruik van cookies. Deze cookies zijn er om de website goed te laten functioneren en om statistieken te verzamelen aan de hand waarvan de website kan worden verbeterd.

Op 7 maart 2019 is met ruime meerderheid de Invoeringswet Omgevingswet door de Tweede Kamer aangenomen. De Invoeringswet Omgevingswet regelt dat voor het bouwen van een bouwwerk twee vergunningplichten gelden (‘de knip’ van de omgevingsvergunning bouw). Daarop is veel kritiek geuit door juristen. Dat heeft echter niet geleid tot een wijziging van het wetsvoorstel.

Geldend recht: meer rechtszekerheid

Als u nu een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit aanvraagt en niet inziet dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, dan moet de gemeente ook beoordelen of een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan kan worden verleend. Dit is de gemeente verplicht op grond van de conversiebepaling.

Als de gemeente niet inziet dat uw bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en u vervolgens op grond van de verleende omgevingsvergunning bouwt, dan mag de gemeente niet achteraf het bestemmingsplan handhaven. De omgevingsvergunning bevat dan een ‘impliciete vrijstelling’ van het bestemmingsplan.

Dat is ook wenselijk. U wilt de zekerheid dat als u bouwt overeenkomstig uw omgevingsvergunning de gemeente niet achteraf het bestemmingsplan kan handhaven.

De knip in omgevingsvergunning bouw

Voor de feitelijke handeling van het bouwen van een bouwwerk zijn in de Invoeringswet Omgevingswet mogelijk twee omgevingsvergunningen vereist:

  1. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit en
  2. een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit.

De knip komt met name tot uitdrukking in het wegvallen van de conversiebepaling en in de beoordelingsregels voor de (technische) bouwactiviteit. In de beoordelingsregels wordt een vergunningaanvraag voor een (technische) bouwactiviteit niet getoetst aan het omgevingsplan (de opvolger van het bestemmingsplan).

Geen toetsing omgevingsvergunning bouw aan omgevingsplan

De aanvraag om omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit wordt alleen getoetst aan de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, de opvolger van het Bouwbesluit 2012).

De aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt alleen getoetst aan het omgevingsplan.

Het merkwaardige is dat voor het bouwen de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit belangrijker is dan de omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit. Het omgevingsplan bevat immers de regels waar en met welke omvang een bouwwerk mag worden gebouwd en welk gebruik is toegestaan. Het Bbl bevat slechts de bouwtechnische gegevens waaraan het bouwwerk moet voldoen.

Minder rechtszekerheid door de knip

Voor de meeste, grotere bouwplannen (een woning en groter) heeft u beide omgevingsvergunningen nodig. U bent zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van de beide omgevingsvergunningen.

De gemeente moet de ene omgevingsvergunning verlenen, ook al weet deze dat de andere omgevingsvergunning zal worden geweigerd. Zo nodig kan de gemeente handhaven als u bouwt zonder de andere omgevingsvergunning. Dit leidt tot meer rechtsonzekerheid.

Oplossing voor de rechtsonzekerheid onder de Omgevingswet

Een oplossing is het tegelijkertijd aanvragen van beide omgevingsvergunningen.

Een nadeel hiervan is dat het bouwplan volledig bouwtechnisch moet zijn uitgewerkt voor de omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit, terwijl niet zeker is dat de gemeente bereid is de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit te verlenen.

De beste oplossing is om een vooroverleg met de gemeente  te houden. Als blijkt dat de gemeente in principe bereid is de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit te verlenen, dan kunnen in één keer beide omgevingsvergunningen worden aangevraagd.

Als de verwachting echter is dat de buurt tegen het bouwplan zal procederen en de bezwaren kans van slagen maken, kan uit kostenoverwegingen soms beter eerst alleen de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit worden aangevraagd.

Weliswaar kan de buurt ook procederen tegen de latere omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit, maar de kans van vernietiging van die omgevingsvergunning is een stuk kleiner. De meeste bouwtechnische voorschriften dienen enkel ter bescherming van de toekomstige gebruikers en niet van de omwonenden. Die omwonenden kunnen daarom niet succesvol aanvoeren dat het bouwplan niet aan die bouwtechnische voorschriften voldoet.

Voor meer informatie over de knip in de omgevingsvergunning bouw en de Invoeringswet Omgevingswet, zie P.M.J. de Haan, ‘Vergunningverlening bouw onder de Omgevingswet: niet voortbouwend op bestaand recht?’, BR 2019/17. Uiteraard kunt u ook contact met mij opnemen.

Fotocredits: nd3000 / Adobe Stock

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.