Zo wordt overlijdensschade berekend

01 mei 2024 Letselschaderecht Jolanda Broeders

Een overlijden brengt niet alleen veel verdriet met zich mee maar ook allerlei financiële gevolgen. Een deel van die schade, ook wel overlijdensschade genoemd, kun je als nabestaande(n) vergoed krijgen.

In eerdere blogs over overlijdensschade kwam al aan de orde wie er recht hebben op overlijdensschade en voor welke schadeposten. In dit blog vertel ik je graag wat de uitgangspunten zijn bij de berekening van overlijdensschade en hoe de berekening in zijn werk gaat.

Ik wil meer weten over overlijdensschade

Uitgangspunten bij de berekening overlijdensschade

Als er een gezins- of familielid overlijdt ontstaat er vaak schade omdat er een inkomen wegvalt of hulp moet worden ingehuurd. Maar er vallen ook uitgaven weg. Zo hoeven er minder boodschappen te worden gedaan en worden de hypotheeklasten vaak wat lager door een uitkering van de levensverzekering. Soms had de overledene een dure hobby. Dan vallen deze kosten ook weg.

Het uitgangspunt bij de vergoeding van overlijdensschade is dat de nabestaanden na het overlijden van hun dierbare dezelfde levensstandaard kunnen aanhouden als vóór het overlijden. Daarvoor worden eigenlijk twee vragen gesteld:

  1. Wat is de financiële behoefte van de nabestaanden? Of anders gezegd: wat hebben zij nodig om op dezelfde voet als voor het ongeval door te leven?
  2. Welke middelen/inkomsten zijn daarvoor nog beschikbaar na het overlijden?

Het verschil hiertussen is de schade. Hieronder zal ik verder ingaan op die berekening.

Overlijdensschade berekenen

Bij de berekening van overlijdensschade wordt een rekenmodel gebruikt. Daarbij wordt gekeken naar het netto gezinsinkomen van voor het overlijden, het aantal gezinsleden en de leeftijd van de kinderen. Het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) heeft berekend welk percentage van de uitgaven wegvalt als een volwassene overlijdt. Het netto gezinsinkomen minus dit percentage is dan de financiële behoefte van de nabestaanden.

Een rekenvoorbeeld: bij een netto gezinsinkomen van € 36.000,- , van een gezin met twee kinderen (allebei jonger dan 13 jaar) valt volgens het Nibud 18,6% van de uitgaven weg. Dat is € 6.696,-. De financiële behoefte van de nabestaanden is dan € 29.304,- (€ 36.000,- minus € 6.696,-).

Vervolgens wordt het netto gezinsinkomen na het overlijden vastgesteld. Hierbij wordt ook rekening gehouden met extra besparingen en kosten die het gevolg zijn van het overlijden. Denk bij dat laatste aan de kosten van onderhoud in natura, zoals kosten van (extra) kinderopvang of een huishoudelijke hulp. Als je daar meer over wilt lezen verwijs ik je naar het blog Overlijdensschade: wat valt er onder onderhoud in natura?

Het verschil tussen de financiële behoefte van de nabestaanden en het netto gezinsinkomen na overlijden is dan de jaarschade.

Deze berekening lijkt wat abstract, omdat er gebruik wordt gemaakt van Nibud-normen gebruiken, maar er wordt ook echt naar iedere individuele zaak gekeken. Het is steeds een berekening op maat.

overlijdensschade

''Overlijdensschade is de schade die nabestaanden lijden als iemand overlijdt en hen daardoor niet meer kan onderhouden of verzorgen, terwijl het overlijden de schuld is van iemand anders.''

Verschillende gezinssamenstellingen

Er zijn veel verschillende soorten gezinnen en als er dan iemand wegvalt dan levert dat steeds een ander percentage op van kosten die wegvallen. Al die percentages zijn verwerkt in de Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade van De Letselschade Raad. Aanvankelijk was alleen rekening gehouden met tweeoudergezinnen waarvan een ouder overlijdt. Maar er zijn natuurlijk veel meer situaties mogelijk. Zoals gezinnen met twee volwassenen, waarvan beide volwassenen overlijden. Of eenoudergezinnen, waarvan de volwassene overlijdt. En tot slot moet gedacht worden aan co-ouderschapsituaties, waarvan één van de twee co-ouders overlijdt. Die situaties zijn sinds 2020 allemaal in de Richtlijn opgenomen. Voor de berekening van de overlijdensschade is dan ook nog van belang of de kinderen na het overlijden van hun ouder in het ouderlijk huis blijven wonen of worden opgenomen in een ander gezin (bijvoorbeeld van de andere ouder).

Toekomstig inkomen

De berekening van overlijdensschade wordt echt ingewikkeld als het inkomen van de overledene in de toekomst nog flink zou stijgen. Dat is vaak een onderwerp van discussie bij ondernemers en (net gestarte) zzp’ers. Want misschien lag er wel een mooie overname van de onderneming in het verschiet. Of had de overleden ondernemer nét voor zijn overlijden flink geïnvesteerd in uitbreiding, waardoor de omzet flink zou groeien. Het kan ook zo zijn dat de overledene net als zzp’er gestart was, waardoor er op het moment van het overlijden nog niet veel inkomsten waren, maar opereerde hij wel in een gat in de markt, waardoor de inkomsten in de toekomst nog veel hoger zouden zijn geworden. Om dat vast te stellen is dan bijvoorbeeld de inschakeling van een bedrijfseconoom nodig.

Maar ook bij een overledene die in loondienst werkte kunnen er vragen ontstaan over het toekomstig inkomen. Zou hij of zij daadwerkelijk promotie hebben gemaakt? Waarom was de overledene een opleiding aan het volgen? Blijkt daar uit dat hij of zij nog een stap wilde maken?

In al dit soort gevallen moet er een inschatting worden gemaakt van de toekomstige inkomensstijging. Wat daarbij allemaal komt kijken lees je in het blog Overlijdensschade en toekomstig inkomen.

Een voorschot geeft rust

In wat voor situatie je je als nabestaande ook bevindt, de berekening van de overlijdensschade is een emotioneel belastend proces. Het is vaak ook complex en daardoor tijdrovend, terwijl de financiële nood bij nabestaanden na een overlijden plotseling heel hoog kan zijn. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de kostwinner om het leven komt door een ongeval. De overgebleven partner heeft geen baan en er was geen levensverzekering. De volledige hypotheeklasten lopen dan gewoon door. Dat kan naast al het verdriet heel veel stress opleveren.

In zo’n geval is het belangrijk dat de wederpartij zo snel mogelijk een voorschot voldoet. Zo kunnen de nabestaanden in de woning blijven wonen, of andere essentiële kosten voldoen. En dat geeft rust.

Vragen?

Het berekenen van overlijdensschade is ingewikkeld en tijdrovend. Bovendien wil de aansprakelijke (verzekeraar) nog wel eens een discussie aangaan over bepaalde schadeposten. Als je net een dierbare hebt verloren, staat jouw hoofd hier natuurlijk helemaal niet naar. Het is dan goed om deskundige bijstand van een ervaren letseladvocaat in te roepen. Als je vragen hebt over (de berekening van) overlijdensschade kun je gerust met mij of mijn collega’s van de sectie letselschaderecht contact opnemen.

Ik wil contact opnemen

Over de blogger
Jolanda Broeders

Jolanda werkt sinds 1995 bij AK Advocaten. Haar praktijk bestaat volledig uit letselschadezaken.

Meer artikelen van Jolanda Broeders
Jolanda Broeders

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.