Het op non-actief stellen van een werknemer: regel of uitzondering?

04 mrt 2016 Arbeidsrecht Jeroen van Kollenburg

N.b. Dit artikel is meer dan een jaar geleden voor het laatst gewijzigd. De informatie kan verouderd zijn.
Wanneer een werkgever het voornemen heeft om het dienstverband met een werknemer te beëindigen, brengt dit vaak met zich mee dat ook de wens bestaat de werknemer geen werkzaamheden meer te laten verrichten lopende de onderhandelingen over een beëindiging van het dienstverband dan wel in afwachting van een uitspraak in een procedure bij UWV of de kantonrechter. Werkgevers vrezen dat de werknemer ongemotiveerd zal zijn werkzaamheden te verrichten, als “stoorzender” optreedt en dat toelating tot de werkvloer schadelijke gevolgen voor de onderneming zal hebben. Het op non-actief stellen van een werknemer is in de praktijk eerder regel dan uitzondering geworden. Dit zou wellicht doen vermoeden dat de rechtspraak de werkgever een vergaande bevoegdheid toekent om de werkgever op non-actief te stellen. Dit is echter niet het geval. In de praktijk wordt vaak te snel besloten tot het op non-actiefstellen van een werknemer. Wellicht met het in het achterhoofd de gedachte dat werknemers niet snel geneigd zijn zich te verzetten tegen het op non-actiefstellen. Een mooi voorbeeld betreft een uitspraak van de Voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2015:8277). De Voorzieningenrechter overweegt in deze uitspraak dat het op non-actief stellen van een werknemer, voorafgaand aan een door de werkgever voorgenomen/gewenste beëindiging van de arbeidsovereenkomst, een ingrijpende maatregel is die niet zonder noodzaak mag worden genomen. Goed werkgeverschap brengt mee dat de werknemer een ontbindingsprocedure in beginsel mag afwachten vanuit een werkende situatie. Een maatregel als het op non-actiefstellen mag slechts genomen worden als toelating van de werknemer op het werk aan de goede gang van zaken bij de werkgever grote schade zou toebrengen of wanneer vanwege andere zwaarwegende redenen, waartegen de belangen van de werknemer niet opwegen, in redelijkheid van de werkgever niet kan worden gevergd dat hij de werknemer nog langer op het werk duldt. Mijn advies aan werkgevers is daarom voorafgaande aan een beslissing tot het op non-actief stellen een goede afweging te maken. Wanneer een werknemer vervolgens op non-actief wordt gesteld, is het van belang om dit besluit schriftelijk te bevestigen en hierin duidelijk kenbaar te maken welke zwaarwegende redenen aanwezig zijn om dit besluit te rechtvaardigen. Fotocredits: Fotolia / Andrey Popov

Over de blogger
Jeroen van Kollenburg

Jeroen geeft als salary-partner leiding aan de sectie arbeidsrecht. Hij adviseert onder meer over complexe ontslagkwesties, (internationale) reorganisaties, medezeggenschap en overtreding van arbeidsomstandighedenwetgeving.

Meer artikelen van Jeroen van Kollenburg

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.