Een ondernemer die een restaurant runde, vorderde een voorschot van maar liefst € 250.000,00 in kort geding na een medische fout. Maar hij ving bot bij de rechtbank
Midden-Nederland. Is een geldvordering in kort geding mogelijk? Het antwoord is ja, maar daarvoor gelden wel strenge eisen. In dit blog wordt uitgelegd wanneer dit in een letselschadezaak kansrijk is.
Schade becijferen bij een ondernemer
Voor het in kaart brengen van de schade is het nodig om eerst de gevolgen van de medische fout te weten. Hiervoor zijn medische expertises nodig. Dit is het vertrekpunt om tot schade te kunnen komen. De ondernemer moet namelijk bewijzen dat hij klachten & beperkingen heeft als gevolg van de medische fout. Als de beperkingen vaststaan, kan de impact hiervan op het werken van een ondernemer in zijn bedrijf in kaart worden gebracht. Hierbij is vaak onderzoek nodig van een verzekeringsgeneeskundige, een arbeidsdeskundige en een bedrijfseconoom.
Het verlies van arbeidsvermogen wordt becijferd door een vergelijkingsmaatstaf. Een vergelijking van de financiële situatie waarin de ondernemer zich bevindt (met medische fout), met de hypothetische situatie als de fout niet zou zijn gemaakt. Hiervoor moet er veel door de ondernemer worden bewezen om de hoogte van zijn schade aannemelijk te maken.
Kort geding rechter kan uitkomst bieden bij spoed
Ben je in loondienst, dan word je salaris doorbetaald. Dat geldt meestal niet voor een ondernemer. Soms lukt het nog om een periode de managementfee door te betalen. Of er is een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Maar als het bedrijf stagneert, houdt het financieel vaak op een gegeven moment op. De ondernemer lijdt dan verlies van arbeidsvermogen. Kan de rechter in kort geding helpen als er onvoldoende wordt bevoorschot en het water aan de lippen komt te staan?
Een kort geding kenmerkt zich doordat de rechter op heel korte termijn een voorlopig oordeel kan geven. Deze procedure is dan ook bedoeld voor spoedeisende zaken die niet kunnen wachten. De procedure is dus sneller en minder omvangrijk dan een deelgeschilprocedure of een bodemprocedure. Meestal wordt er binnen twee weken uitspraak gedaan.
Checklist voor geldvordering in kort geding
Als in een kort geding een veroordeling tot betaling van een geldvordering wordt gevraagd, gelden er drie eisen die hierna zullen worden toegelicht:
- het bestaan van de vordering en de omvang van de vordering zijn in hoge mate aannemelijk;
- er is een spoedeisend belang dat maakt dat een onmiddellijke voorziening vereist is;
- er is geen restitutierisico.
Aannemelijkheid bestaan en omvang vordering
Er is in kort geding geen ruimte voor uitgebreide bewijsvoering zoals in een bodemprocedure. Dat betekent dat de kortgedingrechter geen ruimte heeft om uitvoerig deskundigen of getuigen horen. De omvang van de schade moet al duidelijk zijn. Het is dus van belang om, voordat je een geldvordering in kort geding eist, je te realiseren hoe ‘hard’ je vordering is. En of je de vordering voldoende kan onderbouwen op basis van je dossier.
Spoedeisend belang
Er moet een spoedeisend belang zijn waarom de vordering niet in een gewone bodemprocedure kan worden voorgelegd.
Geen restitutierisico
Met het restitutierisico wordt bedoeld het risico dat de gedaagde loopt, dat de eiser het betaalde bedrag niet kan terugbetalen als de gedaagde later alsnog gelijk krijgt. Het kan zijn dat in hoger beroep of in een bodemprocedure de vordering alsnog wordt afgewezen. Dan moet de eiser het eerder toegewezen bedrag terugbetalen. Als er een reële kans is dat de eiser niet kan terugbetalen, dan wordt de vordering in kort geding afgewezen.
De horeca ondernemer komt niet door de checklist
In
de zaak van de rechtbank Midden-Nederland was er nog discussie over de beperkingen van de ondernemer door de medische fout. Er was blijkbaar nog geen onderzoek waaruit bleek hoe de hypothetische situatie zonder fout eruit zou hebben gezien. Dat betekent dat de klachten en beperkingen door de medische fout nog niet vaststonden. Hoe arbeidsongeschikt was hij door de medische fout? Dat was niet duidelijk. Dan ontbreekt het fundament van de schadeclaim.
Ook was er discussie over de omvang van de schade van de ondernemer. Er was voorafgaand aan de procedure niet gezamenlijk een bedrijfseconoom ingeschakeld. Wel was er een eenzijdig onderzoek in de procedure gebracht om het voorschot te rechtvaardigen. Op de uitgangspunten in dit onderzoek kon door de wederpartij makkelijk worden geschoten. En ook de geloofwaardigheid van deze ondernemer kon zwaar in diskrediet worden gebracht. Dit in combinatie met het feit dat hij het voorschot wilde gebruiken voor het betalen van een belastingschuld van € 100.000,00, zorgde ervoor dat het voorschot werd afgewezen.
Voorschot in kort geding alleen zinvol bij overduidelijke zaak
In letselschadezaken en in het bijzonder bij zelfstandig ondernemers, moet er voor de omvang van de schade veel bewijs worden geleverd. Het is zaak om in een zo vroeg mogelijk stadium dit bewijs te verzamelen. Dit kan door deskundigenonderzoeken om helderheid te krijgen over de gevolgen van de medische fout en de mate van arbeidsongeschiktheid.
Tegelijkertijd kan er door een bedrijfseconoom al vlot onderzoek worden gedaan naar de invloed van de werkzaamheden van de ondernemer in het bedrijf in de situatie zonder- en met de medische fout.
Als dit huiswerk is gedaan en de wederpartij blijft weigerachtig om te betalen, dan biedt de kortgedingrechter uitkomst. Wil de wederpartij niet vlot meewerken aan de nodige onderzoeken, dan is het zinvoller om een verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht in te dienen bij de rechter.
Loopt de schadeafwikkeling van jouw zaak vast? Neem dan vooral
contact op met een van onze letselschade advocaten!
Fotocredits: Jacob Lund / Adobe Stock