Recht op smartengeld uitgebreid! - Asselbergs & Klinkhamer advocaten

Asselbergs & Klinkhamer
gaat zorgvuldig met uw privacy om.

Onze website maakt gebruik van cookies. Deze cookies zijn er om de website goed te laten functioneren en om statistieken te verzamelen aan de hand waarvan de website kan worden verbeterd.

Het recht op smartengeld wegens aantasting in de persoon is verruimd. Dat volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 15 maart 2019.

Wat was er aan de hand?

De man in kwestie is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Hij heeft een aantal jaren gevangen gezeten in de EBI (de Extra Beveiligde Instelling) in Vught. Uiteindelijk blijkt dat hij 350 dagen te lang (en dus onterecht) in de EBI gevangen heeft gezeten. Hij ontvangt een tegemoetkoming van € 1.375,00 op grond van de Penitentiaire Beginselenwet.

Daar blijft het niet bij…

De man wil naast deze tegemoetkoming ook een schadevergoeding ontvangen van de overheid. Hij vindt dat hij recht heeft op een smartengeldvergoeding, omdat sprake is van ‘aantasting in zijn persoon op andere wijze’.

Wat zegt de Staat?

De Staat is niet bereid om een smartengeldvergoeding te betalen. Het staat niet vast dat de onterechte gevangenhouding voor de man gevolgen heeft gehad.

Hoe oordeelt de Hoge Raad?

De rechtbank en het hof hebben de vordering van de man afgewezen. Het hof vindt dat voor ‘aantasting in de persoon op andere wijze’ geestelijk letsel is vereist. Daarvan is bij de man geen sprake. Het is vervolgens aan de Hoge Raad om duidelijkheid te scheppen. De Hoge Raad vindt dat de man, ook al is hij bijna een jaar ten onrechte onderworpen aan het strenge EBI-regime, geen recht op een smartengeldvergoeding heeft. Ondanks dat sprake is van schending van een fundamenteel recht heeft de man onvoldoende onderbouwd dat hij, als gevolg van dat verblijf ‘op andere wijze in zijn persoon is aangetast’. De man heeft namelijk niet aangetoond dat er sprake is van geestelijk letsel. Om aanspraak te kunnen maken op een smartengeldvergoeding moet dat bewijs wel worden geleverd.

Wanneer recht op smartengeld?

De Hoge Raad legt uit wanneer sprake is van recht op smartengeld wegens een persoonsaantasting: “van aantasting in de persoon op andere wijze is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen”. Degene die vindt dat hij is aangetast in zijn persoon, moet voldoende concrete gegevens aanvoeren waaruit volgt dat hierdoor geestelijk letsel is ontstaan. Dat geestelijk letsel moet objectief kunnen worden vastgesteld. Het enkele feit dat een fundamenteel recht is geschonden, betekent volgens de Hoge Raad niet direct dat er sprake is van een aantasting in de persoon. De Hoge Raad merkt daarnaast op dat als de schending van de norm en de nadelige gevolgen daarvan zo ernstig zijn dat de ‘aantasting in de persoon op andere wijze’ kan worden aangenomen.

Recht op smartengeld is dus uitgebreid

De Hoge Raad stelt dus dat voor ‘het op andere wijze in de persoon aangetast zijn’ geestelijk letsel is vereist. Maar er kunnen volgens de Hoge Raad ook situaties voorkomen waarbij een zeer ernstige normschending en gevolgen ‘zo voor de hand liggen’ dat ook een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Dit betekent dat er eerder sprake is van een aantasting in de persoon. Het recht op smartengeld is dus uitgebreid!

Fotocredits: Jacob Lund / Adobe Stock

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.