Juridisch advies nodig? Maak een afspraak

Werkgeversaansprakelijkheid (HR De Bont / Oudenallen Betonbouw)

De advocaten van Asselbergs & Klinkhamer Advocaten zijn bereid om ver te gaan voor hun cliënten, soms zelfs tot aan de Hoge Raad. Mr. Jolanda Broeders vertelt over haar zaak met werkgeversaansprakelijkheid, waarin de werkgever aansprakelijk werd gesteld door de werknemer die onder werktijd een verkeersongeval heeft gekregen. Deze zaak staat beter bekend als HR De Bont / Oudenallen Betonbouw.

De feiten

Betontimmerman De Bont woont in Oosterhout en rijdt 150 kilometer naar Deventer voor zijn werkgever Oudenallen Betonbouw. Hij rijdt met zijn eigen auto en vervoert daarbij ook collega’s. Hiervoor ontvangt hij maandelijks toeslagen. Op het moment dat hij een eenzijdig auto-ongeluk krijgt is hij onderweg voor de werkgever en zitten er drie andere collega’s bij hem in de auto. De WAM-verzekeraar van De Bont vergoedt wel de schade van de andere inzittenden, maar niet de schade aan de auto van De Bont en ook niet de letselschade van De Bont zelf. Jolanda stelt vervolgens de werkgever aansprakelijk voor deze niet gedekte schade op grond van de werkgeversaansprakelijkheid.

Bij de rechter

Zowel in eerste instantie bij de kantonrechter als in hoger beroep werd de vordering afgewezen, omdat het ongeval zou hebben plaatsgevonden tijdens het woon-werkverkeer en dus niet onder werktijd. Volgens de Hoge Raad was er geen sprake van werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek, maar in dit geval ging het om een werknemer die aangewezen was om zichzelf en zijn collega’s te vervoeren en hiervoor ook toeslagen ontving.

Dit vervoer moest volgens de Hoge Raad gekwalificeerd worden als vervoer geregeld door de werkgever. De werkgever moet in dat geval op grond van de werkgeversaansprakelijkheid in beginsel de niet door verzekering gedekte schade vergoeden, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, maar dat was hier niet het geval. Deze verplichtingen vloeiden voort uit de aard van de overeenkomst en de redelijkheid en billijkheid.

Eis van goed werkgeverschap

Het is best wel moeilijk om aan het begin van een nieuwe lijn in de jurisprudentie te staan. “Ik heb met deze zaak iets bereikt wat er nog niet was. Dat is wel heel lastig, want normaal gesproken borduur je verder op wat je voorgangers al hebben verzonnen. In mijn geval was er, toen ik aan de zaak begon, nog bijna niets Je moet dan creatief zijn. Ik heb de claim destijds gebaseerd op de redelijkheid en billijkheid en daarna is er een hele ontwikkeling gekomen die gebaseerd is op de eis van het goed werkgeverschap (artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek).”

Verzekering

Na haar uitspraak is er een ontwikkeling op gang gekomen met betrekking tot de verzekering die de werkgever moet afsluiten voor verkeersongevallen onder werktijd. “De werkgever heeft nu de keuze om zijn werknemers een fatsoenlijke vergoeding te geven en duidelijk te maken dat zij zelf ervoor moeten zorgen dat ze verzekerd zijn voor de schade aan de auto en voor de letselschade of de werkgever moet het zelf voor zijn werknemers te regelen. Ik merk dat werkgevers vooral voor dat laatste kiezen.”

Huiverig

In haar praktijk merkt Jolanda dat mensen die nog bij de betreffende werkgever in dienst zijn het moeilijk vinden de werkgever aansprakelijk te stellen. Mr. Jolanda Broeders van Asselbergs & Klinkhamer Advocaten: “Ik raad ze altijd aan om eerst met de werkgever te gaan praten en in dat gesprek ook te informeren of ze een verzekering hebben voor dit soort ongelukken en schade. Bovendien heb je in principe vijf jaar de tijd om aansprakelijk te stellen, dus wordt je na een jaar ontslagen, dan kan het alsnog.”

Neem contact op.

Letselschaderecht