Asselbergs-Klinkhamer
Juridisch advies nodig? Maak een afspraak

De bestaande regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving zal opgaan in de Omgevingswet. Deze Omgevingswet heeft grote gevolgen voor de bouw- en milieuregelgeving. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat vooralsnog gepland voor 1 januari 2021.

Op deze webpagina wordt enkel ingegaan op de gevolgen van de inwerkingtreding voor de bouwregelgeving.

Splitsing van de omgevingsvergunning voor bouwen

Onder het geldende recht hoeft voor een bouwplan slechts de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit te worden aangevraagd. Als het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, dan moet de gemeente beoordelen of zij bereid is een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan te verlenen. Het omgevingsplan vervangt onder de Omgevingswet het bestemmingsplan.

In het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet is echter geregeld dat een initiatiefnemer voor een bouwplan mogelijk twee omgevingsvergunningen moet aanvragen. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit en een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om beide omgevingsvergunningen aan te vragen.

Als in het omgevingsplan een vergunningplicht is opgenomen voor het bouwplan, dan moet daarvoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Als het bouwplan in strijd is met het omgevingsplan dan is tevens een omgevingsvergunning vereist.

In het Besluit bouwwerken leefomgeving, de opvolger van het Bouwbesluit 2012, is een technische vergunningplicht opgenomen voor de zwaardere bouwplannen. Als het stelsel van kwaliteitsborging uit het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (link) echter volledig is ingevoerd, dan geldt enkel nog een meldingsplicht.

Bouwen in beginsel vergunningvrij

Uit het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet volgt dat bouwen onder de Omgevingswet in beginsel vergunningvrij is. Voor zwaardere bouwplannen zal echter veelal zowel een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit zijn vereist.

Hoewel het in eerste instantie voor een initiatiefnemer positief lijkt dat minder vaak een omgevingsvergunning is vereist onder de Omgevingswet, is dat in de praktijk echter lang niet altijd het geval. Het grote voordeel dat thans bijna altijd een omgevingsvergunning is vereist, is de rechtszekerheid. Als is gebouwd overeenkomstig die vergunning, dan kan de gemeente achteraf niet handhaven. Ook niet als de gemeente bij vergunningverlening niet heeft ingezien dat het bouwplan in strijd was met bestemmingsplan of de nieuwbouwvoorschriften uit het Bouwbesluit 2012.

Dat onder de Omgevingswet mogelijk geen omgevingsvergunning is vereist, betekent niet dat de gemeente niet achteraf het omgevingsplan of het Besluit bouwwerken leefomgeving kan handhaven. Ook kan het zijn dat voor de financiering van een bouwplan de bank eist dat een omgevingsvergunning wordt overgelegd. De vraag is hoe de bank dan kan worden overtuigd zonder overlegging van een omgevingsvergunning.

Wijziging van inhoudelijke regels

De geldende bouwverordening en welstandsnota vervallen en gaan op in het omgevingsplan. Alle geldende bestemmingsplannen uit de gemeente vormen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet één omgevingsplan. Het Rijk regelt dat voor de gemeenten in de zogeheten bruidsschat bouwen.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving bevat de nodige wijzigingen in technische voorschriften ten opzichte van het Bouwbesluit 2012. Daarmee moet rekening worden gehouden bij het ontwerpen van bouwplannen. Zo zal bijvoorbeeld de welbekende EPC veranderen in BENG (bijna energieneutraal).

Niet meer zal op Rijksniveau regels worden gesteld over open erven en terreinen en kleinschalige hinder en overlast. Dat is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Zij dient dit te regelen in het omgevingsplan. Ook wordt niet langer op rijksniveau de aansluiting van gebouwen op het energienet buiten geregeld. Het Besluit bouwwerken leefomgeving gaat alleen over energie binnen de gebouwen zelf.

Daarnaast kan de gemeente maatwerkvoorschriften in het omgevingsplan opnemen bij de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een belangrijke nieuwe mogelijkheid die in dit besluit wordt geïntroduceerd is de bevoegdheid voor gemeenten om in hun omgevingsplan maatwerkregels op te nemen waarin zij de algemene rijksregels over energiezuinigheid bij nieuwbouw en de milieuprestatie van bij nieuwbouw toe te passen bouwmaterialen kunnen aanscherpen of waarin zij de algemene rijksregels over bruikbaarheid van woonfuncties kunnen versoepelen.

Asselbergs & Klinkhamer is er klaar voor

Ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft Asselbergs & Klinkhamer Advocaten Peter de Haan aangetrokken. Hiervoor heeft Peter voor het Informatiepunt Omgevingswet voor de Rijksoverheid uitleg over de bouwregelgeving gegeven. In zijn proefschrift heeft hij de wijzigingen in de bouwregelgeving onder de Omgevingswet onderzocht.

Heeft u een vraag?Binnen 48 uur antwoord
Stel uw vraag hier

Publicaties

  • P.M.J. de Haan, De preventieve en de repressieve toetsing aan bouwtechnische voorschriften in het publieke bouwrecht. Constructieve veiligheid nader beschouwd (diss. Nijmegen), ’s-Gravenhage: Instituut voor bouwrecht 2017.
  • P.M.J. de Haan & H.C.W.M. Moesker, ‘Bouwen onder de Omgevingswet: minder rechtszekerheid en meer verantwoordelijkheid?’, TBR 2017/109.
  • P.M.J. de Haan, ‘Aandachtspunten bij de preventieve toetsing aan bouwtechnische voorschriften onder de Omgevingswet’, TBR 2017/22.
  • P.M.J. de Haan, ‘Enkele kanttekeningen bij de handhaving van bouwtechnische voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving’, TBR 2016/130.

Neem contact op. 

Vastgoedrecht