Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

De Eerste Kamer heeft op 14 mei 2019 de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen aangenomen. Het doel van deze wet is de bouwkwaliteit verder te verhogen. Deze wet heeft grote gevolgen voor opdrachtgevers, aannemers en gemeentelijke afdelingen bouw- en woningtoezicht. De bedoeling is dat de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gelijktijdig met de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking treedt.

Aannemer voert kwaliteitscontrole op bouwplaats uit

Op 21 april 2020 heeft minister Ollongren in voorhang aan de Eerste en Tweede Kamer het ontwerpbesluit kwaliteitsborging voor het bouwen aangeboden. Het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen is lagere regelgeving bij de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, waarin de wijzigingen in vergunningverlening en handhaving verder zijn uitgewerkt.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten vindt dat in het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen onvoldoende is geborgd dat de gemeenten voldoende informatie krijgen om zo nodig te kunnen handhaven. De beloofde informatie- en stopmomenten zoals afgesproken in het door minister Ollongren met haar gesloten bestuursakkoord ontbreken, aldus de VNG.

De Eerste en Tweede Kamer hebben daarop minister Ollongren kritische vragen gesteld over het ontwerp van het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen. Minister Ollongren zal in een brief van september 2020 die vragen beantwoorden. De Tweede Kamer zal het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen moeten goedkeuren.

Verhoging van de aansprakelijkheid en zwaardere waarschuwingsplicht

In de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wordt de aansprakelijkheid van de aannemer verhoogd, rust op hem een zwaardere waarschuwingsplicht en is hij verplicht tot een goede verslaglegging van de verrichte bouwwerkzaamheden.

Nu geldt dat de aannemer is ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken: de verborgen gebreken. Straks geldt dat de aannemer aansprakelijk is voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan hem zijn toe te rekenen. Daarvan kan niet ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, voor zover de opdrachtgever een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In andere gevallen kan alleen ten nadele van de opdrachtgever worden afgeweken, indien dit uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen.

De waarschuwingsplicht van de aannemer is ook zwaarder. De waarschuwing moet voortaan schriftelijk en ondubbelzinnig zijn en daarvan mag niet ten nadele worden afgeweken bij een opdrachtgever die een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

De aannemer legt bij de kennisgeving dat het werk klaar is om te worden opgeleverd een dossier aan de opdrachtgever over. Het dossier bevat gegevens die volledig inzicht geven in de nakoming van de overeenkomst en in de uitgevoerde bouwwerkzaamheden.

Wijziging van de vergunningverlening en het gemeentelijke bouwtoezicht

De gemeente moet momenteel een vergunningaanvraag toetsen aan de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Als het bouwplan niet aan dat besluit voldoet, dan weigert de gemeente de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit te verlenen. De gemeente is niet verplicht te controleren of het gerealiseerde bouwwerk aan het Besluit 2012 voldoet.

Onder het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging dient de gemeente niet meer bij de vergunningverlening te toetsen of het bouwplan aan de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (de opvolger van het Bouwbesluit 2012 onder de Omgevingswet) voldoet. In de plaats daarvan moet de initiatiefnemer vier weken voor start bouw een bouwmelding doen. Hij moet aangeven welke kwaliteitsborger (private toetser) en welk kwaliteitsborgingsinstrument (een beoordelingsmethodiek) hij kiest voor zijn bouwplan. Ook dient hij een borgingsplan van de kwaliteitsborging in te dienen waarin de bouwtechnische risico’s worden beschreven.

In plaats van de gemeente houdt in de eerste plaats de private kwaliteitsborger op de bouw toezicht of het bouwwerk in aanbouw aan de bouwtechnische voorschriften zal voldoen. Als hij ziet dat dit niet het geval is, dan geeft hij eerst aan de aannemer en ook aan zijn opdrachtgever door wat volgens hem mis is. Als de aannemer zijn aanwijzingen niet overneemt, dan kan hij hierover de gemeente informeren. De gemeente blijft onder het nieuwe stelsel zijn bevoegdheid behouden om de bouwtechnische voorschriften te handhaven.

Als het bouwwerk gerealiseerd is, dan dient de kwaliteitsborger te verklaren of het aan het Besluit bouwwerken leefomgeving voldoet. Als de kwaliteitsborger weigert een positieve verklaring af te geven, dan mag het bouwwerk niet in gebruik worden genomen. Het is daarom cruciaal dat de kwaliteitsborger die positieve verklaring afgeeft.

Voorbereiding op het nieuwe stelsel

Opdrachtgevers zullen moeten nadenken welke kwaliteitsborger tijdens de bouw toezicht gaat houden. Ook moeten zij een kwaliteitsborgingsinstrument kiezen waarmee de kwaliteitsborger toezicht houdt. Dat instrument kan onderdeel zijn van een garantiesysteem.

Het is erg belangrijk dat aannemers hun interne kwaliteitssysteem op orde hebben wanneer het stelsel van kwaliteitsborging gaat gelden. De kwaliteitsborger mag namelijk deels uitgaan van dat interne systeem van de aannemer. Hoe beter de aannemer zijn interne systeem op orde heeft, hoe minder de kwaliteitsborger op de bouw hoeft te controleren. Bovendien moet de aannemer bij oplevering aantonen dat het bouwwerk de vereiste bouwkwaliteit heeft.

Deels ontbreekt overgangsrecht bij de wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek. Dit betekent dat de wet al gevolgen heeft voor bouwwerken waarvoor nu de contracten worden gesloten.

Voor gemeente verandert haar rol. Zij krijgt een regierol. Enerzijds dient zij erop te vertrouwen dat een bouwwerk onder het stelsel van kwaliteitsborging aan de technische nieuwbouwvoorschriften voldoet. Anderzijds behoudt zij al haar handhavingsbevoegdheden. In het bestuursakkoord is ook afgesproken dat gemeentelijk bouwtoezicht blijft.

Asselbergs & Klinkhamer is er klaar voor

Mr. dr. ing. Peter de Haan van Asselbergs & Klinkhamer Advocaten is gepromoveerd in vergunningverlening en handhaving voor bouwactiviteiten onder het geldende recht, de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Hij kan u helpen met alles omtrent vergunningverlening en handhaving. Mr. Judith Vermeeren heeft zich volledig verdiept in de civielrechtelijke wijzigingen in de wet. Zij kan uw contracten en algemene voorwaarden ‘Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’-proof maken.

Publicaties

  • P.M.J. de Haan, ‘Systeemcollisie in het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen?’, TBR 2020/77.
  • P.M.J. de Haan, ‘De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen: bestemming onbekend!’, BR 2019/53.
  • P.M.J. de Haan, ‘De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is een feit. Privatisering bouwtoezicht gaat door’, TBR 2019/75.
  • P.M.J. de Haan, ‘Bestuursakkoord wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’, TBR 2019/22.
  • P.M.J. de Haan, De preventieve en de repressieve toetsing aan bouwtechnische voorschriften in het publieke bouwrecht. Constructieve veiligheid nader beschouwd (diss. Nijmegen), ’s-Gravenhage: Instituut voor bouwrecht 2017.
  • P.M.J. de Haan & H.C.W.M. Moesker, ‘De risicobeoordeling bij de vergunningaanvraag Wkb’, TBR 2017/92.
  • H.C.W.M. Moesker & P.M.J. de Haan, ‘Juridische status reactie op een gereedmelding Wkb’, TBR 2017/70.
  • P.M.J. de Haan, ‘Vergunnen onder het stelsel van kwaliteitsborging’, BR 2017/36.
  • P.M.J. de Haan, ‘Handhaven onder het stelsel van kwaliteitsborging’, BR 2017/26.
  • P.M.J. de Haan, ‘De voorgestelde wijzigingen in de preventieve en de repressieve toetsing aan bouwtechnische voorschriften’, TBR 2016/79.

Direct juridisch advies?

Wilt u meer weten over het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen? Wij horen graag van u.