Te rooskleurige prognoses: gedwaald of niet gedwaald?

05 sep 2022 Vastgoedrecht Chantalle Damen

In een tussenvonnis van 19 augustus 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:7329) van de rechtbank Rotterdam slaagde het dwalingsberoep van de franchisenemers van Backwerk niet.

Totstandkoming van de franchisesamenwerking

De franchisegever in deze kwestie betreft Backwerk, een formule bestaande uit bakery-cafés. Vier franchisenemers exploiteerden sinds 1 januari 2019 verschillende vestigingen in de regio Rotterdam. Daarvoor heeft de franchisegever o.a. een onderhuur- en franchiseovereenkomst met exploitatieprognoses aan de franchisenemers verschaft.

Ik wil meer weten over vastgoedrecht

Overeenstemming bij het sluiten van de (franchise)overeenkomsten

Toen de resultaten achterbleven ontstond een geschil tussen partijen. De franchisenemers meende dat er nooit overeenstemming was bereikt over het sluiten van de franchise- en onderhuurovereenkomsten en staakten de betaling van de openstaande facturen. De franchisegever was het daar niet mee eens. Bovendien bevatte de franchiseovereenkomst een ontbindende voorwaarde, die de franchisenemers niet (tijdig) hebben ingeroepen, aldus de franchisegever.

Het geschil

Verschillende onderhandelingen leidden niet tot een oplossing en de franchisegever vorderde uiteindelijk in een bodemprocedure o.a. achterstallige betalingen van de franchisenemers.

Gedwaald of niet gedwaald?

Voor zover er in de visie van de franchisenemers toch sprake was van overeenstemming over de (franchise)overeenkomsten stelden zij zich op het standpunt dat sprake was van dwaling, waardoor zij de overeenkomsten rechtsgeldig zouden hebben vernietigd. De door de franchisegever verschafte prognoses zouden namelijk te rooskleurig zijn voorgesteld nu de resultaten zo hevig teleurstelden. Ze vorderden in dat kader een schadevergoeding van de franchisegever ter compensatie van hun nadeel. De kantonrechter volgde die zienswijze niet.

Oordeel kantonrechter totstandkoming (franchise)overeenkomsten

Er was volgens de kantonrechter wel degelijk sprake van overeenstemming over het sluiten van de (franchise)overeenkomsten. Ook bevestigt de kantonrechter dat de ontbindende voorwaarde door de franchisenemers niet (tijdig) is ingeroepen. Dit leidt volgens de kantonrechter tot het oordeel dat de vordering van de franchisegever omtrent de achterstallige betalingen toewijsbaar is.

franchise bakerij

''Er was volgens de kantonrechter wel degelijk sprake van overeenstemming over het sluiten van de (franchise)overeenkomsten.''

Geen sprake van dwaling ondanks te rooskleurige prognose

De franchisenemers beriepen zich verder op vernietiging van de (franchise)overeenkomsten op grond van dwaling ex artikel 6:228 BW. De (franchise)overeenkomsten zouden volgens hen tot stand zijn gekomen op grond van onjuiste informatie van Backwerk, waardoor zij zouden hebben gedwaald. De onjuiste informatie bestaat volgens de franchisenemers uit het verstrekken van ondeugdelijke en te rooskleurige exploitatieprognoses ter zake van de vier franchisevestigingen. Er is daarbij uitgegaan van te rooskleurige omzetverwachtingen, personeelskosten en bedrijfsresultaten, aldus de franchisenemers.

Fouten in prognose onvoldoende gesteld

Ook die zienswijze volgt de kantonrechter niet. In dat kader verwees de kantonrechter naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad waar hij bevestigt dat vernietiging van de franchiseovereenkomst gerechtvaardigd kan zijn als gevolg van fouten in de prognose.[1] Maar dat er sprake zou zijn van fouten wordt door de franchisenemers niet gesteld. De franchisenemers stelden dat het louter ging om te gunstige prognoses van Backwerk, waarvan zij zich afvroegen waar Backwerk die op heeft gebaseerd. Pas ná het uitvoerige verweer van Backwerk benoemen de franchisenemers een aantal punten. Het had volgens de kantonrechter op hun weg gelegen om hun dwalingseis eerder dan na het verweer van de franchisegever voldoende te onderbouwen, concreet te benoemen wáár sprake zou zijn van fouten in de prognoses en te onderbouwen waarom dat specifieke punt, bij een juiste voorstelling van zaken, reden zou zijn geweest de (franchise)overeenkomsten niet aan te gaan. De prognoses waren al in oktober 2018 bekend bij de franchisenemers. Kortom, ook het dwalingsberoep van de franchisenemers slaagt in deze kwestie niet.

Formulering van fouten in een dwalingseis

Het tussenvonnis bevestigt hoe nauwkeurig een dwalingseis – op basis van te rooskleurig voorgestelde prognoses – dient te worden geformuleerd. Daarbij wordt van de franchisenemers verlangd om ‘man en paard’ te benoemen in de toelichting van de fouten in de prognose. Was dat het geval geweest, dan had deze zaak wel eens heel anders voor ze kunnen uitpakken. Helaas kwam dat voor hen in dit geval niet voor de bakker.

Meer weten over prognoseproblematiek in franchiseverband of het sluiten van een (onder)huur- of franchiseovereenkomst? Neem gerust contact op.

 

[1] Hoge Raad, 25 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7329

Over de blogger
Chantalle Damen

Chantalle maakt sinds februari 2022 deel uit van de secties Vastgoedrecht en Ondernemingsrecht van Asselbergs & Klinkhamer. Zij is gespecialiseerd in het vastgoedrecht, huurrecht, franchiserecht, contractenrecht en ondernemingsrecht.

Meer artikelen van Chantalle Damen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.