Vennoot ook aansprakelijk voor oude schulden

Asselbergs & Klinkhamer
gaat zorgvuldig met uw privacy om.

Onze website maakt gebruik van cookies. Deze cookies zijn er om de website goed te laten functioneren en om statistieken te verzamelen aan de hand waarvan de website kan worden verbeterd.

In mijn blog van 24 maart jl. schreef ik over een arrest van de Hoge Raad, waarin hij bepaalde dat het faillissement van een VOF niet noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten met zich brengt. Dit arrest was erg opvallend omdat de Hoge Raad in dit arrest terugkwam van een rechtsregel die al sinds 1927 gold.

Op 13 maart jl. wees de Hoge Raad nog een opvallend arrest over de VOF, ditmaal over de situatie waarin een nieuwe vennoot tot de VOF toetreedt. Lange tijd waren zowel de lagere rechtspraak als de literatuur verdeeld over de vraag of deze nieuw toetredende vennoot ook aansprakelijk zou zijn voor de schulden van de VOF die vóór zijn toetreden al zijn ontstaan. De Hoge Raad heeft nu duidelijkheid gegeven en deze vraag bevestigend beantwoord.

Onbeperkt hoofdelijk verbonden

De redenering van de Hoge Raad is tamelijk eenvoudig. Artikel 18 van het Wetboek van Koophandel bepaalt dat de vennoten van een VOF hoofdelijk verbonden zijn voor de verbintenissen van de VOF. Daarin valt volgens de Hoge Raad geen beperking te lezen tot verbintenissen van de vennootschap die zijn ontstaan nadat een vennoot is toegetreden. Alle vennoten (ook de nieuw toetredende) zijn dus aansprakelijk voor alle schulden van de VOF.

Dat de schuldeisers van de VOF door het toetreden van een nieuwe vennoot een nieuwe verhaalsmogelijkheid krijgen voor hun oude vorderingen, leidt de Hoge Raad niet tot een ander oordeel. Bovendien brengt een dergelijke wetsuitleg volgens de Hoge Raad rechtszekerheid met zich mee, omdat mogelijke complicaties, wanneer bijvoorbeeld onduidelijk is wanneer een schuld is ontstaan of wanneer een vennoot is toegetreden, worden vermeden.

Ook het argument dat de toetredende vennoot geen enkele bemoeienis heeft gehad met het onstaan van de verbintenissen vóór zijn toetreden (en hier mogelijk ook geen weet van had), overtuigt de Hoge Raad niet. De toetredende vennoot moet maar voor zichzelf zorgen. Van een toetredende vennoot mag nu eenmaal worden verwacht dat hij onderzoek doet naar de (vermogensrechtelijke) positie van de vennootschap voordat hij toetreedt. Daarnaast kan de toetredende vennoot onderlinge (regres)afspraken maken met de bestaande vennoten en daarmee zijn risico enigszins afdekken.

Anders in een maatschap

De Hoge Raad hechtte er waarde aan om in zijn arrest ook kort stil te staan bij de aansprakelijkheid van de maten in een maatschap. De Hoge Raad merkt expliciet op, dat de voor de maatschap geformuleerde rechtregels niet bepalend zijn voor de VOF. De maten in een maatschap binden immers in beginsel alleen zichzelf. Pas ingeval de gehele maatschap gebonden is, dan zijn de maten ieder voor een gelijk deel aansprakelijk en niet hoofdelijk.

Foto: Fotolia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.