Franchise perikelen: ff wachten... pizza! - Asselbergs & Klinkhamer Advocaten

Franchise perikelen: ff wachten… pizza!

14 jan 2022 Ondernemingsrecht Erik van Loon

De franchise overeenkomst was voorheen een onbenoemde overeenkomst; dat wil zeggen een in de praktijk voorkomende overeenkomst die niet wettelijk geregeld was. De afgelopen jaren is op dit vlak veel veranderd. In 2016 kwam er een Nederlandse Franchisecode waar vanuit de franchisenemers weliswaar positief op gereageerd werd, maar waar de franchisegevers toch de nodige moeite mee hadden.

Intrede Wet Franchise

Om de Nederlandse Franchisecode toch zijn intrede te laten doen in de franchisepraktijk is in het voorjaar van 2017 een wetsvoorstel ter consultatie voorgelegd wat de bedoeling had om de Nederlandse Franchisecode wettelijk te verankeren. Dit wetsvoorstel heeft het niet gehaald. Het is in mei 2018 ingetrokken wegens onvoldoende overeenstemming tussen franchisegevers en franchisenemers. De wetgever heeft het er niet bij laten zitten. Op 10 februari 2020 is het voorstel voor de Wet Franchise ingediend bij de Tweede Kamer. Op 30 juni 2020 is het door de Eerste Kamer aanvaard. De Wet Franchise is op 1 januari 2021 in werking getreden. De veranderingen die de wet teweeg ging brengen, zijn door Yannick Willems al eerder in een blog op een rij gezet. In dit blog wil ik ingaan op één van de rechterlijke uitspraken die gedurende het afgelopen jaar in verband met de Wet Franchise zijn gedaan.

Voorbeeld uit de praktijk

Het betreft een uitspraak in kort geding van rechtbank Midden-Nederland van 30 juni 2021. Het betrof een geschil tussen Domino’s Pizza en een partij die met haar in gesprek was (geweest) over het aangaan van een franchiseovereenkomst voor een nieuwe vestiging van Domino’s Pizza. Domino’s bedient zich van een uitgebreide selectieprocedure en – natuurlijk – ook van een door haar opgestelde Standard Franchise Agreement (SFA). Eiser in dit kort geding was een partij die in juli 2019 had aangegeven franchisenemer van Domino’s te willen worden.  Domino’s heeft eiser toegelaten tot het selectieproces en men heeft op 15 januari 2020 een ‘bevestiging franchise intentie’ voor akkoord ondertekend. Op 22 april 2021 heeft Domino’s de sleutels van de vestiging aan eiser verstrekt, maar pas later (namelijk op 11 mei 2021) heeft Domino’s aan eiser een precontractueel informatie document toegezonden.

De reactie van de beoogd franchisenemer d.d. 18 mei 2021 (dus 1 week na ontvangst van de franchise overeenkomst) op de concept franchise overeenkomst kwam erop neer dat men het nog niet eens was met het concept. Daarbij werd ook aangegeven dat zelfs als alle opmerkingen (van onder andere de Franchiseraad) zouden worden verwerkt, dat niet zou garanderen dat zij voor het huidige contract zullen tekenen. Domino’s heeft daarop aan eiser in het kort geding laten weten dat zij geen basis (meer) zien voor het verder onderzoeken van de samenwerking en dat zij geen franchiseovereenkomst kunnen aanbieden.

Stand still

En daar gaat het mis. De rechtbank put voor haar motivering uit de Memorie van Toelichting [1]: “Op grond van de franchise wet moet alle precontractuele informatie (waaronder de concept franchiseovereenkomst) ten minste 4 weken voor het sluiten van de franchiseovereenkomst geschieden. Dit wordt ook wel de stand still termijn genoemd. Dit is een termijn voor beraad. Tijdens de stand still periode beschikt de beoogd franchisenemer over alle informatie, kan hij stukken bestuderen, vragen stellen en zich laten adviseren door een deskundige, om zo tot een weloverwogen besluit te komen over het al dan niet ondertekenen van de aangeboden franchiseovereenkomst.”

De rechtbank overweegt verder dat het in artikel 7:913 en 7:914 BW besloten ligt dat er met het verstrekken van de precontractuele informatie een aanbod door de franchisegever wordt gedaan aan de beoogde franchisenemer om op basis van de ontwerp franchiseovereenkomst een franchiseovereenkomst te sluiten. Het is vervolgens aan de beoogd franchisenemer om zich in de stand still periode te beraden of hij dit wil of dat hij nog daarover met de franchisegever in verdere onderhandeling wil treden. De franchisegever kan in deze termijn alleen maar afwachten en moet in deze termijn haar aanbod gestand doen. Het is de franchisenemer die aan zet is. Domino’s had haar aanbod daarom niet in mogen trekken. De voorzieningenrechter veroordeelt Domino’s tot het aanbieden van de SFA aan de beoogd franchisenemer binnen 48 uur na de datum van het vonnis, op straffe van een aanzienlijke dwangsom.

In dit geval moet nog worden opgemerkt dat de aanvankelijke aarzeling aan de zijde van de franchisenemer door hem is weggenomen doordat hij later – binnen de stand still periode – aangaf dat hij bereid was de voorgelegde franchiseovereenkomst alsnog te aanvaarden. Domino’s had zich echter op het standpunt gesteld dat de concept franchiseovereenkomst door de beoogd franchisenemer was afgewezen en zij was niet bereid om haar aanbod alsnog gestand te doen.

Normaal gesproken klopt dat ook. Een aanbod komt te vervallen wanneer het wordt afgewezen. Maar dat lijkt dus niet te gelden voor de afwijzing van een aanbod tot het aangaan van een franchiseovereenkomst onder de huidige Franchisewet. Dat aanbod moet door de franchisegever gedurende de stand still periode gestand worden gedaan. In dit geval had Domino’s er beter aan gedaan als zij de stand still periode had uitgezeten waarbij zij de gewenste wijzigingen was blijven weigeren. Zolang de beoogd franchisenemer de SFA niet had ondertekend, kon Domino’s haar aanbod ná het verstrijken van de stand still periode alsnog intrekken.

Tot slot

Bent je van plan om te starten met een franchise, als franchise gever of als franchisenemer, dan is het onder andere van belang om rekening te houden met de regels die gelden tijdens de stand still periode. Wil je daarover – of over een ander onderwerp in verband met franchise – van gedachten wisselen, neem dan contact op met de specialisten van de sectie Ondernemingsrecht.

[1] Kamerstukken II 2019/20, 35392,3, p. 34

Contact opnemen

Over de blogger
Erik van Loon

Binnen het ondernemingsrecht heeft Erik twee duidelijke specialisaties: het faillissementsrecht en het rechtspersonen- & vennootschapsrecht. Het zijn voornamelijk ondernemers die vertrouwen op deze specialistische kennis van Erik.

Meer artikelen van Erik van Loon
Erik van Loon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *