Cliffhanger voor het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen?

Asselbergs & Klinkhamer
gaat zorgvuldig met uw privacy om.

Onze website maakt gebruik van cookies. Deze cookies zijn er om de website goed te laten functioneren en om statistieken te verzamelen aan de hand waarvan de website kan worden verbeterd.

Het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zorgt voor grote veranderingen in het bouwrecht. Wanneer dit wetsvoorstel door de Eerste Kamer wordt aangenomen, heeft dat grote gevolgen voor onder meer opdrachtgevers, projectontwikkelaars, architecten, constructeurs, aannemers, installateurs en gemeenten.

De Tweede Kamer heeft op 21 februari 2017 – in de laatste week dat deze nog daarover kon stemmen voorafgaand aan de verkiezingen – met een ruime meerderheid het wetsvoorstel aangenomen.

Actuele status Wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

In de Eerste Kamer ligt het ingewikkelder. Hoewel het CDA in de Tweede Kamer voor stemde, twijfelde CDA-senator De Vries-Leggedoor. De Eerste Kamer heeft vervolgens op verzoek van voormalige minister Plasterk de stemming aangehouden.

Minister Ollongren heeft de Eerste Kamer verzocht de behandeling van het wetsvoorstel weer op te pakken. Zij heeft daartoe aan de Eerste Kamer het bestuursakkoord verzonden, waarin zij met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afspraken maakt over de invoering van het stelsel van kwaliteitsborging.

Vervolgens heeft de Eerste Kamer bij brief van 8 maart 2019 de minister vragen gesteld ten behoeve van de verdere behandeling. Binnenkort zijn er echter verkiezingen voor de Eerste Kamer en de coalitie staat op fors verlies …

Het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

In het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is opgenomen dat de gemeente de vergunningaanvraag niet meer toetst aan bouwtechnische voorschriften. In veel andere West-Europese landen vindt al op enigerlei wijze privaat bouwtoezicht plaats.

In plaats van de gemeentelijke toetsing van het papieren bouwplan houdt een private kwaliteitsborger tijdens de bouw toezicht. Die kwaliteitsborger dient te verklaren of het gerealiseerde bouwwerk aan de voorschriften voldoet. Dit heet het stelsel van kwaliteitsborging. Zo nodig kan de gemeente de bouwtechnische voorschriften handhaven.

Verhoging aansprakelijkheid aannemer

Daarnaast verhoogt het wetsvoorstel de aansprakelijkheid van de aannemer. In het wetsvoorstel is de aannemer aansprakelijk voor gebreken die niet bij oplevering zijn ontdekt, tenzij de gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. De aannemer kan niet langer volstaan met het verweer dat de opdrachtgever het gebrek had moeten ontdekken bij de oplevering van het bouwwerk.

Ook heeft de aannemer een verzwaarde waarschuwingsplicht. Hij moet de opdrachtgever wijzen op fouten in het ontwerp.

Voor een verdere toelichting op het wetsvoorstel verwijs ik naar de pagina over het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen op de website van Asselbergs & Klinkhamer Advocaten.

Vragen vanuit de Eerste Kamer

Nu de VNG akkoord gaat met de invoering van het stelsel van kwaliteitsborging, hebben de vragen van de senatoren voor een groot deel betrekking op de aansprakelijkheid van de aannemer.

Vragen CDA

Het CDA vraagt een bevestiging aan de minister dat de opdrachtgever zal moeten bewijzen dat de aannemer is tekortgekomen in de nakoming van de aanneemovereenkomst. Ook is voor het CDA onduidelijk hoe de verscherpte aansprakelijkheid van de aannemer zich verhoudt tot de aansprakelijkheid van constructeurs, ontwerpers, architecten, adviseurs en kwaliteitsborgers. Die andere partijen zouden mogelijk – anders dan de aannemers – hun aansprakelijkheid vergaand kunnen beperken. En dat terwijl de meeste fouten worden gemaakt door de constructeurs/ontwerpers, aldus het CDA.

Daarnaast vraagt het CDA zich af of de minister in lagere regelgeving gaat vastleggen dat de nieuwe waarschuwingsplicht van de aannemer niet zo ver gaat dat hij daarmee ook voor fouten van anderen, zoals de architect, aansprakelijk kan worden gehouden. Ook dient volgens het CDA vastgelegd te worden dat het uitvoeren van de opdracht na het geven van een waarschuwing, niet betekent dat de aannemer hiermee verantwoordelijk wordt voor de fouten die zijn ontstaan door toedoen van de opdrachtgever.

Ook werpt het CDA de vraag op hoe de kwaliteitsborger onafhankelijk kan zijn als die wordt ingehuurd door de vergunninghouder. Daarnaast vreest het CDA dat de leges niet dalen als de gemeente haar publiek taken blijven behouden.

Een andere vraag van het CDA is wie aansprakelijk is voor de kosten als de kwaliteitsborger weigert te verklaren dat het gerealiseerde bouwwerk aan de bouwtechnische voorschriften voldoet en de gemeente ingebruikname weigert.

Het CDA wijst erop dat het bestuursakkoord niet juridisch bindend is. Ook vindt het CDA dat proeven moeten worden gedaan met de zwaardere bouwwerken (gevolgklassen 2 en 3), voordat wordt besloten tot invoering van het stelsel van kwaliteitsborging. Het bestuursakkoord geeft echter aan dat slechts succesvolle proeven met gevolgklasse 1 moeten worden gedaan voordat het nieuwe stelsel voor die eerste gevolgklasse gaat gelden. Het CDA verzoekt de minister om een reactie.

Vragen overige partijen

GroenLinks en de PVV vragen de minister of de criteria in het bestuursakkoord voor de invoering van het stelsel van kwaliteitsborging verder kunnen worden geconcretiseerd.

De PvdA verzoekt de minister te verduidelijken welke gegevens de gemeenten krijgen om te kunnen beoordelen of aan de bouwtechnische voorschriften is voldaan.

De PvdA en GroenLinks vragen zich af hoe het bestuursakkoord zich verhoudt tot het in voorhang aangeboden Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen, waarin het wetsvoorstel op lager niveau wordt uitgewerkt.

Kans op inwerkingtreding Wet kwaliteitsboring voor het bouwen

Het CDA vraagt de minister in de brief van 8 maart 2019 uitvoerig en duidelijk in te gaan op de vragen, aangezien de beantwoording bepalend zal zijn voor het eindoordeel over het wetsvoorstel.

Minister Ollongren is nu aan zet. Ze zal de vragen van de Eerste Kamer schriftelijk beantwoorden. Mogelijk vindt daarna nog een tweede mondeling debat plaats, waarna de Eerste Kamer gaat stemmen. Er is echter veel haast geboden. Op 27 mei 2019 vinden de verkiezingen van de Eerste Kamer plaats.

Impact Eerste Kamerverkiezingen

In de laatste peilingen staat de coalitie (die nu slechts een meerderheid heeft van één zetel) op een verlies van tien tot twintig zetels. Zelfs als naast alle coalitiepartijen – waaronder het CDA – ook oppositiepartij PvdA voor stemt, is maar de vraag of het wetsvoorstel het haalt. En dat terwijl het wetsvoorstel twintig jaar voorbereiding heeft.

Als nog voor de verkiezingen wordt gestemd, is de uitkomst spannend gelet op de hoeveelheid vragen van het CDA. Na de verkiezingen is mogelijk geen meerderheid meer voor het wetsvoorstel te krijgen.

Novelle

Er is nog een mogelijkheid: een novelle. Dat houdt in dat de minister de kritiek van de Eerste Kamer verwerkt in een nieuw wetsvoorstel dat aanpassingen inhoudt van het oorspronkelijke wetsvoorstel Wkb. Anders dan de Tweede Kamer, kan de Eerste Kamer namelijk geen aanpassingen in een wetsvoorstel aanbrengen.

Nadat de Tweede Kamer met die wetswijziging heeft ingestemd, stemt de Eerste Kamer over het wetsvoorstel Wkb, zoals dat door de novelle wordt gewijzigd.

Een novelle heeft echter alleen zin als er in de Eerste Kamer consensus is over wat er moet wijzigen. Bovendien wil de minister vooralsnog geen novelle indienen.

Meer informatie over het bestuursakkoord is te vinden in de publicatie, P.M.J. de Haan, ‘Bestuursakkoord wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’, TBR 2019/22.

Fotocredits: goodluz / Adobe Stock

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.