Wijziging offerte en overeenkomst na gunning, mag dat?

Asselbergs & Klinkhamer
gaat zorgvuldig met uw privacy om.

Onze website maakt gebruik van cookies. Deze cookies zijn er om de website goed te laten functioneren en om statistieken te verzamelen aan de hand waarvan de website kan worden verbeterd.

Een woningstichting zet een opdracht uit om de houten kozijnen van 70 woningen te vervangen. De opdracht wordt, zoals vooraf gecommuniceerd, gegund aan de goedkoopste inschrijving. Vervolgens wijzigt de woningstichting haar offerte en overeenkomst nog na gunning. Mag dat eigenlijk wel? Er wordt een kort geding aanhangig gemaakt om dit uit te zoeken.

Aanbesteding voor houten kozijnen

De casus is als volgt: een woningstichting heeft in januari 2015 vijf bedrijven uitgenodigd om een offerte in te dienen voor het vervangen van houten kozijnen van 70 woningen. De opdracht zal worden gegund aan de partij met de goedkoopste inschrijving.

In het bestek staat dat het werk moet worden uitgevoerd met bladlood en kunststof spouwlatten. Bij Nota van Inlichtingen heeft één van de partijen gevraagd of de in het bestek genoemd recyclebare spouwlatten van PVC mogen worden vervangen door duurzaam hout. Het antwoord van de woningstichting luidde “bestek aanhouden”.

De uiteindelijke winnaar schrijft in voor € 610.000 exclusief BTW en exclusief het vervangen van spouwlatten. De partij die het kort geding aanhangig maakt, schrijft in voor € 682.318 exclusief BTW inclusief de gevraagde spouwlatten. Op verzoek van de verliezende partij wordt de winnaar gevraagd om alsnog de prijs voor spouwlatten te begroten. Deze geeft een prijs op van € 21.225 exclusief BTW. Het werk wordt door de winnaar uitgevoerd zonder bladlood en kunststof spouwlatten toe te passen.

Private aanbesteding

De rechtbank is van oordeel dat een woningstichting geen aanbestedende dienst in de zin van artikel 1.1. van de Aanbestedingswet is. Er is dus sprake van een private aanbesteding. De vraag is of bij een private aanbesteding de eisen van redelijkheid en billijkheid die de precontractuele fase beheersen, meebrengen dat de private aanbesteder de beginselen van gelijkheid en transparantie in acht moet nemen.

Beginselen van gelijkheid en transparantie

Bij de beantwoording van die vraag staat centraal of de potentiële aanbieders aan de aanbesteding konden afleiden dat de woningstichting de beginselen van gelijkheid en transparantie in acht zou nemen zodat de woningcorporatie daarin de potentiële inschrijvers naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mocht teleurstellen. Of een dergelijke verwachting is gewekt (in de zin dat door de woningstichting het gelijkheids- en transparantiebeginsel in acht wordt genomen), is afhankelijk van de aanbestedingsvoorwaarden en van de overige omstandigheden van het geval. Hieronder valt ook de hoedanigheid van de betrokken partijen.

Wijzigingen in de opdracht na gunning

De verliezer stelt dat de woningstichting heeft ingestemd met een wezenlijke wijziging van de overeenkomst. De winnaar mocht namelijk zijn offerte aanvullen en het werk uitvoeren zonder bladlood en kunststof spouwlatten. Dit is in strijd met het aanbestedingsrecht en dan met name met het gelijkheids- en transparantiebeginsel. Indien er sprake is van een reguliere aanbestedingsprocedure is het immers niet mogelijk om nadat een inschrijver een prijs heeft ingediend deze inschrijver opnieuw toe te staan om een nieuwe prijs in te dienen omdat een deel van het bestek niet in de prijs was opgenomen. Dit wordt in strijd met het gelijkheidsbeginsel geacht.

Verder zou het niet uitvoeren van onderdelen van de aanbestede opdracht, waardoor de opdracht kleiner wordt, kunnen kwalificeren als een wezenlijke wijziging van de opdracht. In het geval van een normale aanbestedingsprocedure moeten opdrachten die wezenlijk zijn gewijzigd, opnieuw worden aanbesteed.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot het oordeel dat de woningstichting niets meer heeft gedaan dan het vragen van offertes aan 5 bedrijven voor de uitvoering van een werk, conform bestek en tekeningen. Hierbij heeft zij de inschrijvers laten weten dat het werk aan de goedkoopste inschrijver zou worden gegund. Er zijn geen andere mededelingen gedaan waaraan de potentiële inschrijvers enige verwachting over de gunning en de uitvoering kon ontlenen.

Er zijn verder geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd of gebleken op grond waarvan de verliezende inschrijver mocht aannemen dat de woningstichting een inschrijver niet in de gelegenheid mocht stellen om een onvolledige offerte aan te vullen. Evenmin is aangevoerd dat bij de uitvoering van het werk niet van het bestek zou mogen worden afgeweken indien daarvoor aanleiding was.

Verder staat niet ter discussie dat de winnaar de goedkoopste inschrijver was indien rekening werd gehouden met de kosten van het bladlood en de prijsopgaaf voor de spouwlatten. De Rechtbank vindt dat de woningstichting als private aanbesteder conform hetgeen zij in de procedure heeft gecommuniceerd, heeft gehandeld.

Fotocredits: Jacob Lund / Fotolia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *