Het Wetsvoorstel Wet Seksuele Misdrijven: nog meer vertraging in zedenzaken?

06 jan 2023 Letselschaderecht Jytte Faber

In een eerder blog werd reeds geschreven over de verschillende aspecten die het doen van aangifte in een zedenzaak met zich meebrengen. Zo is het voor slachtoffers vaak een hele stap om tot het doen van aangifte te komen en wanneer dit dan gebeurt, worden ze geconfronteerd met een lange wachttijd. Zedenzaken blijven vaak lang liggen omdat er te weinig gespecialiseerde zedenrechercheurs zijn om alle aangiften snel te behandelen. Met het nieuwe wetsvoorstel Wet Seksuele Misdrijven zullen meer vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag strafbaar worden gesteld. Een gunstige ontwikkeling op het eerste gezicht, maar wat doet het met de looptijd van zedenzaken?

Ik wil meer weten over letselschaderecht

De Wet Seksuele Misdrijven

Onder het wetsvoorstel is voor strafbaar seksueel contact niet langer vereist dat er dwang of geweld werd gebruikt door de verdachte. De verdachte is strafbaar op het moment dat hij/zij wist of had moeten weten dat de ander het seksueel contact niet wilde. Daarnaast worden ook online en offline seksuele intimidatie en sexchatting – het als volwassene sturen van seksueel getinte berichten naar kinderen onder 16 jaar – strafbaar.

Te weinig capaciteit van de zedenrecherche

De strafbaarstelling van al deze “nieuwe” vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag zal ervoor gaan zorgen dat er meer aangiften worden gedaan. Het is geen nieuws dat de zedenrecherche het aantal zedenzaken nu al niet aan kan. Binnen de politie geldt de afspraak dat 80 procent van alle zedenaangiften binnen zes maanden wordt onderzocht en naar het Openbaar Ministerie wordt gestuurd, maar in 2021 lukte dit in slechts 51 procent van de zaken.

Door de overheid zijn in 2019 miljoenen uitgetrokken om nieuwe zedenrechercheurs te werven. Maar de huidige rechercheurs, zo bleek in 2022, zien deze gelden niet terug in nieuwe collega’s. De zedenrecherche heeft mede te kampen met een hoge uitstroom door pensioenen. De gelden lijken met name die uitstroom op te vangen, maar verhogen de capaciteit (nog) niet. En mocht het nieuwe wetsvoorstel in werking treden zal dit opnieuw een verhoogde capaciteit eisen. Het wetsvoorstel zal er dus vermoedelijk toe leiden dat zedenzaken nog meer vertraging oplopen.

''Binnen de politie geldt de afspraak dat 80 procent van alle zedenaangiften binnen zes maanden wordt onderzocht en naar het Openbaar Ministerie wordt gestuurd, maar in 2021 lukte dit in slechts 51 procent van de zaken.''

Aangifte doen wordt vaak afgeraden

In onze ervaring leidt dit ertoe dat veel slachtoffers van zedenmisdrijven door de politie wordt afgeraden aangifte te doen. Geheel onbegrijpelijk is dit niet. De lange wachttijden zijn voor zedenslachtoffers vaak schrijnend en brengen veel woede en onbegrip met zich mee. Het is dus van groot belang dat slachtoffers zich hier bij het doen van aangifte van bewust zijn. Niet voor ieder slachtoffer is het bevorderend voor het herstel om een dermate zwaar en lang strafrechtelijk traject in te gaan. Daarnaast speelt dan nog de bewijsproblematiek een rol. Veel slachtoffers melden zich bij ons met vragen over het doen van aangifte en uitleg over het advies van de politie om geen aangifte te doen. Vragen die we – na uitleg over wat een slachtoffer te wachten staat na de aangifte – goed kunnen uitleggen en motiveren.

De bedoeling vanuit de politie is dus goed, maar de uitleg is wat ons betreft nog gebrekkig. Het advies om geen aangifte te doen komt nu vaak niet goed over op het slachtoffer. Slachtoffers voelen zich niet serieus genomen of krijgen de indruk dat verdachten de hand boven het hoofd wordt gehouden. Het is wat ons betreft van belang dat de communicatie tussen politie en slachtoffer wordt verbeterd. Een slachtoffer moet zich gehoord en begrepen voelen en niet denken dat er een ontmoedigingsbeleid wordt gevoerd bij de politie. Er wordt ook echt wel aan de belangen van de slachtoffers gedacht.

Belang van snelle afdoening in zedenzaken

Een snelle afdoening in zedenzaken is van groot belang. Zo zijn zedenzaken bij uitstek problematisch als het gaat om het leveren van bewijs. Vaak vinden zedendelicten immers plaats in een 1-op-1 situatie. Getuigen en ander bewijs worden minder betrouwbaar naarmate er meer tijd verstrijkt. Daarnaast hebben verdachten zo genoeg tijd om een advocaat in te schakelen en hun verklaringen goed af te stemmen. Ook voor het herstel van het slachtoffer is het van belang om de strafzaak snel te kunnen afsluiten. Zo lang het voortduurt blijft het iets wat je met je meedraagt.

Conclusie

De uitbreiding van de strafbaarstelling van zedenmisdrijven is een gewenste ontwikkeling en geeft de juiste boodschap af. Toch voorzien we problemen met betrekking tot de uitvoering van de wet en het effect daarvan op slachtoffers. We verwachten dat zedenslachtoffers straks nog langer op behandeling van hun zaak moeten wachten.

Vragen met betrekking tot dit blog? Neem contact op met mij of een van mijn collega’s van de sectie Letselschaderecht. Wij helpen graag!

Ik ga contact opnemen

Over de blogger
Jytte Faber

Jytte werkt sinds september 2022 als werkstudent op de sectie letselschade van Asselbergs & Klinkhamer. Op dit moment studeert zij Burgerlijk Recht en Strafrecht aan de Radboud Universiteit.

Meer artikelen van Jytte Faber

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.