Omzetprognose van franchisenemers; beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald?

10 nov 2022 Ondernemingsrecht Chantalle Damen

“Appelleren is riskeren”, zo bleek recent uit het arrest van hof Den Haag van 11 oktober 2022 (ECLI:NL:GHDHA:2022:1955 Pets’s Place).  Zie ook de blog “Te rooskleurige prognoses: gedwaald of niet gedwaald?”. In eerste aanleg oordeelde de rechtbank in deze zaak dat de franchisegever onrechtmatig tegenover de franchisenemers handelde omdat zij ondeugdelijke exploitatieprognoses zou hebben verstrekt bij het sluiten van de franchiseovereenkomsten voor drie franchisevestigingen. Als gevolg daarvan oordeelde de rechtbank dat de franchisenemers hebben gedwaald toen zij de franchiseovereenkomsten sloten en dat zij deze op goede gronden buitengerechtelijk hebben vernietigd. De franchisegever werd veroordeeld tot het voldoen van een forse schadevergoeding aan de franchisenemers ter hoogte van €231.659,32, rente en proceskosten.

Ik wil meer weten over ondernemingsrecht

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

De franchisegever liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep. En met succes. Het hof vernietigt het vonnis in eerste aanleg en veroordeelt de franchisenemers tot voldoening van de proceskosten.

Verjaring

Volgens de franchisegever hebben de franchisenemers bij het aangaan van de franchiseovereenkomsten niet gedwaald omdat de vordering ten aanzien van één van de drie franchisevestigingen is verjaard. Datzelfde gold ook voor de vordering die de franchisenemersinstelde op grond van onrechtmatige daad, met dien verstande dat op basis van die grond een langere verjaringstermijn van toepassing was.

Finale kwijting

Verder hebben partijen in een vaststellingsovereenkomst d.d. 13 maart 2016 verklaard dat zij over en weer niets van elkaar te vorderen hebben en dat in de ruimste zin des woords. Partijen hebben elkaar daarbij in de vaststellingsovereenkomst ook finale kwijting verleend. Volgens het hof volgt uit deze bepaling dat de kwijting óók ziet op de vorderingen van de franchisenemers in hoger beroep.

data berekenen voor prognose franchise onderneming

''Let op de overgangstermijn van de Wet franchise 1 januari 2023.''

Onvoldoende tegenvallende omzet

Verder slaagt het dwalingsberoep van de franchisenemers ook niet om inhoudelijke redenen. Zo hebben de franchisenemers volgens het hof onvoldoende onderbouwd dat sprake was van te rooskleurige cijfers en dat de prognose dus onjuist was. Hoewel het debat zich toespitste op het tegenvallen van de omzet wijst het hof erop dat de omzetcijfers ruimschoots zijn gehaald in 2009 en 2010. Alleen in 2011 is sprake geweest van enigszins tegenvallende omzet. Het hof oordeelt daarom dat er geen sprake was van dermate rooskleurige (onjuiste) cijfers dat de franchisenemers hierdoor op het verkeerde been zijn gezet.

Vestigingsplaatsonderzoek

Hoewel de franchiseovereenkomst vermelde dat de prognose aan de hand van een vestigingsonderzoek had moeten worden opgesteld, oordeelde het hof dat de franchisegever niet had behoren te melden aan de franchisenemers dat zij de prognose had opgesteld aan de hand van historische cijfers in plaats van aan de hand van een vestigingsonderzoek. Volgens het hof is namelijk niet gebleken dat een vestigingsplaatsonderzoek een wezenlijk ander beeld van de te behalen omzet zou hebben gegeven. Een opmerkelijk oordeel dat de rechtszekerheid mogelijk niet ten goede komt, omdat het hof hiermee afwijkt van de contractuele afspraken die partijen hebben gemaakt in de franchiseovereenkomst.

In dit geval speelde daarbij verjaring van de vorderingen een rol, was er sprake van afspraken over finale kwijting tussen partijen en viel de omzet niet voldoende tegen. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat een beroep op dwaling in franchiseverband niet snel slaagt. Alle feiten en omstandigheden van het specifieke geval zijn daarvoor van belang en moeten zorgvuldig worden afgewogen. Dat zou volgens de Hoge Raad anders zijn als de franchisegever weet dat de prognose ernstige fouten bevat en hij zijn wederpartij niet op deze fouten opmerkzaam maakt al dan niet opgemaakt door een derde. (ECLI:NL:HR:2002:AD7329 en ECLI:NL:HR:2017:567 ).

Let op de overgangstermijn van de Wet franchise 1 januari 2023

Tot slot wordt nog gewezen op de overgangstermijn van de Wet franchise van 1 januari 2023. Franchiseovereenkomsten die vóór 1 januari 2021 zijn gesloten en een looptijd hebben tot minimaal 1 januari 2023, dienen uiterlijk op 1 januari 2023 in overeenstemming met de Wet franchise te zijn. Is dat niet het geval, dan kan dat leiden tot vernietigingsgronden waar de franchisenemers een beroep op kan doen. Mocht de franchiseovereenkomst dus nog niet volledig aan de Wet franchise beantwoorden, dan is het zaak om dit voor 1 januari 2023 te wijzigen. Vanzelfsprekend ben ik u daar graag bij van dienst.

Ik ga contact opnemen

Over de blogger
Erik van Loon

Binnen het ondernemingsrecht heeft Erik twee duidelijke specialisaties: het faillissementsrecht en het rechtspersonen- & vennootschapsrecht. Het zijn voornamelijk ondernemers die vertrouwen op deze specialistische kennis van Erik.

Meer artikelen van Erik van Loon
Erik van Loon

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.